maandag 17 februari 2014

Altijd koud en donker?

Toen we op 1 februari, drie jaar geleden, naar Zweden verhuisden, kregen we van veel mensen vragen over hoe donker en koud het nu eigenlijk was. Want Scandinavië, daar is het altijd donker en koud. Ook in de zomer; dus toen we mijn vader in juni van het vliegveld bij Oslo gingen halen had hij zijn winterjas aan, wollen sjaal om de nek, en hoed op. Die zomer was het een graad of 30, af en toe meer, de zon scheen vrijwel non-stop, en dan heb ik het over bijna 22 uur per dag. Nou ja, misschien iets minder vanwege de schemering, maar toch. Gelukkig had hij ook overhemden met korte mouwen ingepakt. Tsja, dan had ik maar niet moeten zeggen dat het 's avonds wel eens opeens wat fris kan zijn. Ik dacht daarbij meer aan een trui, niet aan een winterjas.

Koud? Ja, nou, die eerste februarimaand wel. En de twee winters daarna ook wel. Dit jaar niet. Deze winter hadden we weinig vorst, veel regen, erg veel regen, en vreselijk weinig zon.

De temperaturen kunnen dus flink verschillen, van jaar tot jaar, maar hoe is dat nu met het donker? Het is hier inderdaad erg donker in december, als er nog geen sneeuw ligt. Rond negen uur 's ochtends is het aardig licht, en om drie uur 's middags bijna donker. Maar momenteel zijn we met een enorme inhaalslag bezig. Ik ben de verschillende weerberichten eens gaan bekijken:

Morgen, 18 februari,
Arnhem, zon op 7.47, onder 17.55
Molkom, zon op 7.36, onder 17.00
Longyearbyen, zon op 11.05, onder 13.31

Volgende week woensdag, 26 februari,
Arnhem, zon op 7.32, onder 18.08, dat is +28 minuten.
Molkom, zon op 7.14, onder 17.20, dat is +42 minuten.
Longyearbyen, zon op 9.11, onder 15.16, dat is +219 minuten...

En dat confronteert me met het feit, dat ik op mijn beurt met de poolnacht aan het worstelen was, en in de veronderstelling verkeerde dat Richard komend weekend vermoedelijk niet veel te zien krijgt als hij naar Spitsbergen gaat. Maar in iets meer dan een week tijd, krijgen ze er daar pakweg 4 uur daglicht bij! Met rasse schreden op weg naar de middernachtzon, dus!


zaterdag 15 februari 2014

Sneeuwstorm. Een overpeinzing.

Vanochtend in een sneeuwstorm naar de winkel gelopen. De winter blijft het toch steeds proberen, maar ook vandaag is het na een vijftal centimeters mislukt. Ruim vier uur later waaide het bijna niet meer, en via sneeuw met natte sneeuw hebben we inmiddels regen met natte sneeuw. En een enorme laag blubber op alle wegen en paden.

Hoe is het weer nu in Nederland? We vingen iets op over een orkaan die over Engeland naar Polen zou trekken. Niet alleen het weer, maar het hele weerbericht leek wel van slag te zijn: ik las vannacht (Asso sloeg alarm om half twee, en ik kon toch al niet slapen, dus ik zat even beneden met warme melk) op het Zweedse weerbericht iets over windkracht 15 in Malmö. En windkracht 13 in Göteborg...

Laat ik nu altijd gedacht hebben dat de schaal van Beaufort maar tot 12 ging, dus vanmorgen bij het ontbijt ging ik verder zoeken. Inderdaad, de schaal van Beaufort gaat maar tot 12, en zoiets is ruim twee jaar geleden met Kerst over Noord-Zweden geraasd. Toen hebben grote gebieden dagenlang zonder stroom gezeten, omdat complete electriciteitsmasten omwaaiden of afbraken. Wat moet je je dan bij windkracht 15 voorstellen? Een omwaaiende Eiffeltoren misschien?

Vermoedelijk is het een enorme blunder geweest van iemand die de waardes moest invoeren, of een systeemfout in de computers die het weerbericht bijwerken op internet, voor de gewone man. Bij het ontbijt waren de verwachtingen in elk geval bijgesteld tot redelijk normale waardes. Jammer dat ik vannacht niet te tegenwoordigheid van geest had om het schema even te copiëren en op te slaan voor gebruik in dit stukje!

Eigenlijk is het wel merkwaardig dat we zo slecht op de hoogte zijn van wat er elders gaande is. Of is dat een ¨bijwerking¨ van het verhuizen naar een ander land, het leren van een nieuwe taal, het maken van nieuwe kennissen en vrienden, het opzetten van andere werkzaamheden, etcetera? We wonen hier nu drie jaar, en die zijn duidelijk in periodes op te delen. De eerste tijd hebben we aardig vaak blogs geschreven, foto´s gepost, etc. Alles was nieuw, alles was geweldig en interessant, de eerste zomer bijna drie maanden aan een stuk logées, en alles maakten we voor de eerste keer mee.

Daarna werd in Nederland mijn vader ziek, overleed, en dat bracht véél emoties mee, en véél om te regelen, dus er kwam bij mij enorm de klad in het bloggen. En een soort terugslag in de energie, we waren behoorlijk moe, en er bléven maar nieuwe dingen gebeuren, neem alleen al de Zweedse scholen waar onze kinderen waren, van basisschool naar middelbare naar studie. Zodoende hadden we wéér een periode waar we heel veel nieuws van buiten compleet aan ons voorbij lieten gaan.

Blijkbaar zijn we nu, na drie jaar, doorgegaan naar de volgende fase, waarin we wat verder kijken dan de grenzen van Molkom en het stukje Karlstad waar we met Richard´s werk en de scholen van Yuri en Eva mee te maken hebben. De provincie Värmland begint uit meer te bestaan dan Arvika, waar Marina studeert. Evengoed heb ik van Stockholm nog niet meer gezien dan het centraal station, en de trein daarvandaan naar vliegveld Arlanda.

Maar we zijn zo langzamerhand in Molkom al wereldberoemd. Vanwege de concertjes in de kerk, de twee Duitse Middelspitsen, en sinds een jaar mijn winkeltje NeNNis Garn och Hemdesign. Ik geloof dat we zo langzamerhand wel gewend zijn. Een voorbeeld? Het klinkt ons nu heel normaal in de oren als men vraagt of we in de zomer nog naar Europa gaan...


vrijdag 14 februari 2014

Vijf vertegenwoordigers in één week.

Zo, het Word-document met de nieuwe, ruimere openingstijden is klaar en geprint. Tot aan de zomer ga ik dat testen, en al dan niet ná de zomer definitief invoeren. Dat worden dan wintertijden, en wat beperktere zomertijden, want momenteel is er zoveel te doen, dat ik met de huidige tijden bij lange na niet uitkom. Aan even zitten tussendoor met een kop thee of koffie en een handwerkje kom ik al tijden niet meer toe. Straks in de zomer wordt het, denk ik, rustiger, en kan ik wat grotere projekten gaan afwerken.

Neem nou deze week: nu de grote beurzen achter de rug zijn lijkt het wel alsof alle vertegenwoordigers tegelijkertijd dezelfde route door de regio nemen. Dat betekende dat ik maandagmiddag met de honden naar de winkel wandelde voor een vertegenwoordigster in brei- en haak-garens. Onderweg ging mijn mobieltje, en bleek er een pakketdienst voor de deur te staan met drie grote dozen. De dozen mocht hij naast de winkeldeur achterlaten, ik zou er toch binnen 20 minuten zijn (dat kan op een dorp, en anders zet hij de dozen bij de kapper neer), maar nu is het vrijdag, en ik heb pas één doos leeg...

Dinsdag zou er een vertegenwoordiger in cadeau-artikelen komen om drie uur. Maar om half twee belde de vertegenwoordiger in garens, die eigenlijk op donderdagmiddag zou komen, dat hij in Karlstad al klaar was, en of ik misschien...? Er op gokkend dat de cadeautjesman net als de vorige keer een uur te laat zou komen, kwam de wolman meteen, gaf mij een map om alvast door te kijken, en ging gebakjes halen voor bij de koffie. Vlak erna belde, uiteraard, de cadeautjesman, dat hij een half uurtje vroeger kwam... Dus dat overlapte aardig, gelúkkig dankzij de regen niet zoveel klanten die dag, anders was de chaos compleet geweest.

Woensdagmiddag het gebruikelijke breicafé, en ook de garenvertegenwoordigster van leverancier nummer 3 kwam móói op tijd, zodat ik de dames eraan moest herinneren dat we weliswaar vaak lekker blijven zitten tot zes uur, maar dat het breicafé éigenlijk maar tot half zes is. Vervolgens tot half acht met deze vertegenwoordigster gesproken. Nu is twee uur wel wat lang, maar dat ligt aan het feit dat ik nog weer een ander projekt probeer op te zetten, daarover later in een ander stukje.

En donderdagmorgen was ik anderhalf uur eerder in de winkel, omdat er een vertegenwoordigster met sieraden zou komen, en we wilden proberen voor openingstijd klaar te zijn. Dat was maar goed ook, want de klanten kwamen alweer vroeg, dus arme Anna moest toch op het laatst nog een aantal keren wachten. En dan merk je hoe lang sommige mensen erover doen om een bepaald garen bij het patroon uit te kiezen...

Dus vandaag ben ik nog duffer dan het weer. Gelukkig kon ik vanmorgen even lekker in de stoel bij de kapper (ja, die waar de pakketten worden gebracht als ik niet in de winkel ben), en vanwege Valentijnsdag zijn Richard en ik heerlijk gaan lunchen bij eetcafé Lilla Huset. Misschien niet zo snugger om de winkel dicht te hebben op Valentijnsdag, maar het is nu eenmaal vrijdag, dan is de winkel altijd dicht, én ik ben moe. En voldaan.

donderdag 13 februari 2014

Over een week: Longyearbyen

Over een week gaat Richard weer op pad. In Tromsö vond hij al, dat hij zo noordelijk zat, maar kreeg er prompt een telefoontje met de uitnodiging op Svalbard, Spitsbergen te komen spelen. Händel's Messiah. Het plaatselijke koor wordt versterkt door zowel zangers als musici van het vasteland. Vanaf dat vasteland is het vier uur vliegen, vanaf Oslo althans. Vanuit Oslo is het een uur en twintig minuten naar Amsterdam, dus Svalbard is ver. Heel ver.

Toen we een aantal jaren geleden met vrienden door Finland rondtoerden, tot royaal boven de poolcirkel kwamen, en bij Utsjoki het vrijwel noordelijkste punt van Finland bereikten, bedachten we, dat er nog een flink stuk Noorwegen ¨boven¨ons zat, want het was daarvandaan nog zo'n 400 á 450 km naar de Noordkaap. Dat valt totaal in het niet bij de ligging van Svalbard.

Wat weten we nu helemaal van Svalbard?
Longyearbyen is in ieder geval het noordelijkste permanent bewoonde dorp (by=dorp, in het Zweeds, en blijkbaar ook in het Noors).
Er zijn meer ijsberen dan dat er mensen wonen.
Op Spitsbergen vind je veel wetenschappers die van alles en nog wat bestuderen.
In de winter is het poolnacht, dus nooit licht.
Bij helder weer dus grote kans op aurora borealis, het noorderlicht.
In de zomer is het nooit donker.
En de periode daartussen heb je dus gewoon van alles wat.

Buiten de bebouwde kom mag je niet zomaar komen, en al helemaal niet als tourist. Je moet je aanmelden en, als ik het goed heb, een geweer meenemen, er uiteraard het liefst ook mee kunnen omgaan, want dit verkeersbord dien je absoluut serieus te nemen.




Het houdt ons erg bezig in elk geval, en spreekt enorm tot de verbeelding. Wat moet je daar verwachten, deze tijd van het jaar? De zon komt er nog niet op. De maan vandaag ook niet, zag ik op de Noorse weerwebsite. Maar zo te zien is het niet de hele dag stikdonker, we vonden een webcam, die ik jullie zeker niet wil onthouden. Bovendien staat er, als ik tenminste de juiste link heb geplaatst, op diezelfde website heel veel informatie over Svalbard. Voor wie het interesseert:

http://longyearbyen.livecam360.com/flash/main.php

(Oh, ik hoop toch zó, dat de links werken! Ik kan het aan een voorbeeldje niet zien, ga dus straks na plaatsing meteen zelf even kijken. Soms is het wel heel erg vervelend, dat ik een absolute ramp ben op computergebied...)

woensdag 12 februari 2014

Microklimaat

We hebben dit jaar een soort ¨twijfelwinter¨, een paar weken wel, een paar weken niet. Het is nu alweer een tijdje aan het dooien, hier en daar komt het gras alweer tevoorschijn, en schaatsen of langlaufen op het meer kunnen we voor dit seizoen wel vergeten. Op school in Molkom wordt het traditionele wintersportdagje steeds uitgesteld, heel sneu voor iedereen. De tien graden vorst die recentelijk voor het komend weekend werden voorspeld, zijn al afgeslankt tot vijf graden vorst 's nachts, en plus drie overdag. Wel gaat het weer sneeuwen. Aldus het weerbericht.

Dan boffen we nog, dat we in Molkom wonen, want Karlstad, 30 km ¨zuidwaarts¨, ligt precies bovenaan binnenzee Vänern, en daar twijfelt de winter niet, daar kwakkelt de winter. We schijnen hier net boven een bepaalde lijn te liggen, waarboven een duidelijk ander klimaat heerst, compleet met een gedeeltelijk andere vegetatie.

En zelfs binnen het Molkomse zijn er verschillen: 500, hooguit 750 meter noordelijker wandelde Richard met de honden in het bos, en daar lag gewoon nog een flink pak sneeuw. Je loopt wel een tijdje een langzaam stijgend pad op, maar dat dat zoveel verschil zou maken, dat hadden we toch niet gedacht. Het sneeuwde er zelfs, terwijl we in onze straat uitkeken op motregen met wat natte sneeuw ertussen.

Onze honden trekken zich van welk microklimaat dan ook helemaal niets aan. Bos is bos, daar kun je lekker raggen, voor zover de 7 m lijnen dat toelaten (los kunnen ze niet, als ze iets interessants zien of horen doen de oortjes het opeens niet meer), en ik ben nu ook van de gedachte verlost dat ze in de sneeuw niet vies worden. Asso rook nogal raar, op zijn zachtst gezegd, toen Richard met ze thuis kwam vanmorgen, en bleek ergens in te hebben liggen rollen. Een paar dagen geleden waren ze nog in bad geweest, dus ik probeerde een tussenoplossing door alleen de getroffen plek in te zepen en uit te spoelen. Nu hij opdroogt, ruikt hij naar hondenshampoo, met een hint van stront. Na het werk dus een tweede poging.

Asso en Gaia zijn eigenlijk Duitse Middelspitsen, zeer naaste verwanten van de Keeshondjes. Vandaag deed Asso duidelijk een poging een nieuwe ondersoort te lanceren: de Smeerkeeshond...

dinsdag 11 februari 2014

Toeval, een aanvulling.

Nee, het houdt echt niet op! Toen Richard de post uit de brievenbus haalde, zat er een pakketje uit Australië bij voor me. Wat kwam er uit? Een paar zelfgebreide soksloffen, twee eierwamers, ook zelfgebreid, én een heel oud knipsel met beschrijvingen van mini-poppetjes om te breien. Dat knipsel was, dat kan nu al haast geen verrassing meer zijn, uit de Libelle... En wat heeft het Nederlands dan veel uitdrukkingen.

Dat is toeval.
Toeval bestaat niet.
Alsof de duvel ermee speelt.
Als je het over de duvel hebt, trap je hem op zijn staart.
Dat gebeurt alleen in sprookjes.
Toevallige samenloop van omstandigheden.
En wat drastischer zaken als voodoo en telepathie.

Die post uit Australië is ook al zo'n geval:

Mijn moeder heeft in haar goede dagen op de serviceflat een aantal tekenlessen gehad van een zekere Riek Ten Tuynte, die ooit aan de Rietveld Academie les gaf, en op latere leeftijd in dezelfde flat kwam wonen. Deze Riek bleek de tante te zijn van een jeugdvriendin van mijn moeder. Die jeugdvriendin had een veel jonger zusje, en dat zusje is in 1956 met haar man naar Australië geëmigreerd. Het contact werd uiteraard al snel hernieuwd (de jeugdvriendin zelf was toen allang overleden), en toen mama overleed, was papa's vraag of ik Guusje's condoleancebrief wilde beantwoorden. Hij had haar nooit ontmoet, en ik schreef zoveel makkelijker dan hij.

Zoals jullie merken, is dat een (wat onregelmatige) briefwisseling geworden, dit was haar reactie op het feit dat ik wat over mijn winkeltje had geschreven. Guusje heeft vroeger zowel haar lerares- als handwerkdiploma gehaald (in 1956 zaten álle vrouwen in de trein te breien), en was spontaan eierwarmers gaan maken, zodat ik kon zien hoe ze dat gedaan had, en mijn breicafédames daarmee laten zien wat je met restjes garen kunt doen. Want, zo schreef ze, het is alwel bijna Pasen, maar je hebt er zomaar 30 af! Net als die kleine poppetjes.

Met dank aan Libelle!!!

maandag 10 februari 2014

Thema: toeval?

Wat me nou toch weer gebeurde, dit weekend...

Al tijdens de emigratie-blog-periode (http://www.onzezweedsedroom.blogspot.se/) , en ook nu weer, kreeg ik met enige regelmaat het advies om ¨er een boek van te maken¨. Nu zijn er al een heel aantal van dat soort boeken verschenen, door ons met veel plezier gekocht op en gelezen en uitgeleend na de verschillende emigratiebeurzen. En ¨Ik vertrek¨ was natuurlijk giga-populair. Zelf gingen we met een grote boog om hun stand heen, bij elke beurs die we bezochten - liever geen filmploeg om ons heen, het was allemaal al hectisch genoeg. Ik overwoog nog even om een stel damesbladen en kranten aan te schrijven of ze misschien geïnteresseerd waren in een stel artikeltjes of columns, maar er wás toen al zoveel papierwerk te doen.

Dus dat werd niks.

Maar zoals jullie al merkten staken de schrijfkriebels de kop weer op, en begon  ik deze blog. Vond op school het opstellen schrijven altijd hartstikke leuk, haalde goede cijfers, en moest tot mijn gróte ontsteltenis een keer een opstel over ¨wat je later wilde worden en waarom¨ voor de klas voorlezen. Ik had daar een 10 voor gehaald. Toen wilde ik nog psychiater worden.

Ook dat werd niks.

Zoals gezegd, de rust is hier weergekeerd, voor zover dat bij ons überhaupt mogelijk is, en ik dacht weer aan die columns. Vrijdagmiddag trok ik de stoute schoenen aan, en stuurde een mailtje naar de Libelle, en stuurde de link naar de eerste post van de oude, en de meest recente post van de nieuwe blog mee. Of ze misschien waren geïnterresseerd in column over een gezin wat naar Zweden is geëmigreerd.

Wie schetst mijn verbazing toen ik na een kwartier een mailtje terugkreeg met een bericht in de trant van ¨dank voor uw inzending voor de blogwedstrijd. U hoort alleen iets van ons als uw blog wordt uitgekozen¨. Blogwedstrijd? Krijg nou wat! Ik zoeken op die website, niets gevonden, mailtje teruggestuurd, dat ik eigenlijk alleen een open sollicitatie had willen sturen voor de post van columniste, en of ze me misschien toch een link naar de wedstrijd wilde sturen. Toen bleek dat er in de Libelle nummer 6 van dit jaar (dat was dus precies vorige week) een oproep had gestaan.  En dat mijn sollicitatie is doorgestuurd, en dat men er op terug komt.

Wat zal ik nou? Link sturen? Proberen kan altijd? Maar wil ik nu bloggen voor een tijdschrift of voor familie en vrienden? Schrijf ik liever columns voor een tijdschrift? Ik heb nog deze week bedenktijd.

Misschien wordt ook dit niks.

Maar toevallig is het wel!